fbpx

De schepping zelf zal worden bevrijd uit de slavernij van de vergankelijkheid. Romeinen 8:21a

 

Wij delen de hoop die we koesteren met de schepping. Hoewel de natuur kraakt en zucht, richt zij zich telkens weer op. De Bijbel vertelt ons dat zij haar definitieve bestemming zal bereiken, samen met Gods kinderen.

Momenteel zien we wat anders. God heeft haar voortgang een halt toegeroepen, zodat het kwaad niet een eeuwigheid door zal woeden. De schepping is ten prooi aan zinloosheid, niet uit eigen wil, maar door hem die haar daaraan heeft onderworpen (Romeinen 8:20).

We voelen de pijn die de zonde heeft veroorzaakt als we de natuur observeren. Wij weten dat de hele schepping nog altijd als in barensweeën zucht en lijdt (Romeinen 8:22).

Maar we mogen achter elk landschap, elke plant, elk dier een belofte zien, die eens in vervulling zal gaan. Want uit de schoonheid die de natuur ook nu nog tentoonspreidt, spreekt de hoop op een betere bestemming.

Maar ze heeft hoop gekregen, omdat ook de schepping zelf zal worden bevrijd uit de slavernij van de vergankelijkheid en zal delen in de vrijheid en luister die Gods kinderen geschonken wordt (Romeinen 8:21).

De eerste die barensweeën kreeg en een nieuwe schepping tevoorschijn zag komen was Maria. Daarom wordt Gods Zoon die uit haar geboren werd de ‘eerstgeborene’ genoemd (Romeinen 8:29b). Waarom de éérstgeborene? Omdat wij ook opnieuw geboren worden, net als de rest van de schepping!