fbpx

Het overtuigt ons van de waarheid van wat we niet zien. Hebreeën 11:1b

Een kunstenaar wordt nooit zomaar kunstenaar. Het zit er als kind al in. Er is een lang vormingsproces aan voorafgegaan voordat de kunstenaar kunst maakt. Besaleël zou schaduwbeelden maken van de hemelse werkelijkheid. Dat gebeurde nadat Mozes van de berg af kwam. Maar hij was waarschijnlijk al zijn hele leven gefascineerd geweest door God in de hemel. Zijn vader heette Uri (Exodus 31:2). Uri betekent ‘Licht van God’. Besaleël had iemand in zijn jonge jaren die hem op Gods licht had gewezen. Dat licht zou hij brengen in zijn werk.

Besaleël kwam ook uit de stam Juda, lezen we (Exodus 31:2). Het is de stam waar Jezus uit geboren zou worden. Besaleël was zonder dat hij het wist met Jezus verbonden. Wat deze kunstenaar maakte droeg dan ook allemaal de kenmerken van Jezus. Zijn vergeving, verzoening, voorziening, overwinning.

Jezus noemt zich het licht. Besaleël maakte schaduwbeelden van Jezus. Zijn werk was architectuur, performance, kledingkunst, lichtspel, geurwerk, beeldende kunst. Hij gebruikte daar de meest uiteenlopende materialen voor. Maar alles wat hij maakte drukte iets uit van de hemelse Jezus. We zien het terug in zijn kunst: het is Jezus door wie we in Gods aanwezigheid kunnen zijn.

Kunst kan heel aards en menselijk zijn en tegelijk ons geloof opwekken en in contact brengen met de hemel.