fbpx

Daarom: juich, hemel, en allen die daar wonen! Openbaring 12:12

Kerst en hemelvaart horen bij elkaar. De apostel Johannes krijgt dat in een versnelde film te zien, in beelden die hij ‘de openbaring van Jezus’ noemt.

De draak ging voor de vrouw staan die op het punt stond haar kind te baren, om het te verslinden zodra ze bevallen was. Maar toen ze het kind gebaard had – een zoon, die alle volken met een ijzeren herdersstaf zal hoeden –, werd het dadelijk weggevoerd naar God en zijn troon (Openbaring 12:4-5).

Merk op dat in dit beeldverhaal het kind na zijn geboorte direct in de hemel wordt opgenomen. Daarom werd Jezus geboren: om als mens zijn plaats in de hemel in te nemen.

In het vervolg kun je lezen wat Hij daar zou doen. Hij zou de draak uit de hemel verdrijven. De draak is Satan, de tegenstrever van God en mensen. Hij klaagde de mensen aan bij God, maar Jezus heeft de hemel vrijgemaakt van elk oordeel.

In de vrouw herkennen we Maria, de moeder van Jezus en van zijn gemeente. Ze wordt door de draak achtervolgd, maar de stromen uit zijn bek kunnen haar en haar nageslacht niet bereiken. Zijn leugens spoelen weg in een gat in de grond, in het graf van Jezus (Openbaring 12).

De kerstboodschap is dus een hemelse boodschap. Het kind werd op aarde geboren om in de hemel een plaats klaar te maken voor jou en mij en al Gods kinderen. We mogen daar als overwinnaars zitten, zonder dat Satan ons nog kan bereiken (Openbaring 12:11, Efeziërs 2:6).