Bedenk de dingen die boven zijn. Kolossenzen 3:2a (NBG ’51)
Onze verbeelding beheerst ons leven meer dan we denken. Wat we ons voorstellen, wat uit onze handen komt en wat we tegen elkaar zeggen komt grotendeels voort uit wat we vanbinnen aan beelden opgeslagen hebben. Ieder van ons leeft met een enorm arsenaal aan innerlijke beelden. Ons hoofd zit er vol mee. Ze bepalen hoe we de dingen zien.
Er woedt een strijd om onze verbeelding. Prettige beelden moeten het bijna altijd afleggen tegen nare. Beelden die ons zorgen baren, pijn doen en angst aanjagen dringen zich aan ons op. Rampen, ziekten, geweld en pijn nestelen zich als duistere vogels in ons hoofd, ons hart, onze zenuwen. Ze houden ons gevangen in angst en maken ons egoïstisch.
Ook de Bijbel staat vol met rampzalige beelden, maar daar staan wel beelden van de hemel tegenover. Het is alsof God zegt: ‘Dit is wat jij ziet, maar dat is wat ik zie. Vul je innerlijk wezen met hoe ik de dingen zie.’